Klachtencommissies ongewenst gedrag:

wat doen die (niet)?

Inmiddels weten de meeste werkgevers wel dat zij op basis van Arbowetgeving en andere regels iets moeten met ongewenst gedrag, of dat nu seksueel grensoverschrijdend gedrag is, pesten of discriminatie. Werknemers moeten hierover op een laagdrempelige manier klagen en met die klacht moet iets worden gedaan, of dat nu bemiddeling of onderzoek is. In de ogen van veel mensen die ik spreek lijkt het erop dat zij een klachtencommissie als best practice beschouwen. Het klinkt onpartijdig en degelijk: zo’n commissie doet echt objectief aan waarheidsvinding. Maar is dat wel zo?

Bedrijf als klachtencommissie

Ik ken klachtencommissies die in feite geen commissie zijn, maar die bestaan uit twee of drie door een commercieel bureau geboden zzp’ers. Deze kunnen goed onderzoek leveren, maar of dat zo is, is de vraag. We zien gelukkig dat rechters daar steeds kritischer op worden, maar in 2025 leek een kantonrechter vooral onder de indruk van het aantal pagina’s van het rapport van zo’n ‘commissie’ (Rb Rotterdam 2 mei 2025, ECLI:NL:RBROT:2025:5356, r.o. 3.2).

50 pagina’s zou volgens de kantonrechter wijzen op een ‘uitgebreid’ onderzoek, maar dat aantal zegt niets. Het gaat om de kwaliteit van de waarheidsvinding. In sommige zaken ben je met drie pagina’s klaar, in sommige met duizenden. Zeker als het rapport ook bijlagen bevat, zoals een protocol, een vragenlijst en verslagen van gesprekken, dan is 50 pagina’s niet veel en kan niet gesproken worden van uitgebreid onderzoek.

In de uitspraak is fors geciteerd uit het rapport en daar werd ik bepaald niet gelukkig van. Allemaal conclusies, meningen en beweerde feiten onder elkaar zonder enige ordening of verwijzing naar concrete bronnen. De opvatting dat betrokkene maar een gesprek had moeten aangrijpen, mag een onderzoeker helemaal niet ventileren. Dat is rolvermenging.

In de uitspraak lezen we niets over hoe en door wie het onderzoek heeft plaatsgehad. Waren de onderzoekers wel geschoold in het doen van onderzoek? Of hebben zij, zoals ik regelmatig zie, met een standaardvragenlijst volstaan? Hebben zij wel een goede cursus interviewtechniek gehad, bijvoorbeeld over onderzoekend luisteren (investigative interviewing)? Wat was de onderzoeksopdracht en was die objectief beschreven?

Juristen of bestuurders als klachtencommissie

Toegegeven: ik heb me hier zelf ook lang schuldig aan gemaakt. Doorgaans als lid van een gecombineerde bezwaar- en klachtencommissie, die soms ook over ongewenst gedrag moest adviseren. De werkwijze van zo’n commissie is doorgaans dat deze vooral afgaat op een door een secretaris samengesteld dossier (met conceptadvies) en dat deze de betrokkene – soms in elkaars aanwezigheid – hoort. Een dergelijke rechtbankachtige setting leidt niet optimaal tot waarheidsvinding. Een zo klein en informeel mogelijke setting is beter geschikt voor onderzoekend luisteren. Horen in commissieverband is bovendien verre van optimaal als er nieuwe feiten zijn waarover ook weer wederhoor moet plaatsvinden.

Sowieso verbaas ik mij er voortdurend over dat juristen als waarheidsvinders optreden. Dat zijn zij niet: zij beoordelen een kwestie op juridische merites – zij achterhalen geen feiten. Dit geldt ook voor (oud)bestuurders: zij hebben meestal te weinig kaas gegeten van onderzoek. Een enkele keer zie ik een klachtencommissie met meerdere disciplines waar een van de leden ‘rapporteur’ is. Deze zou dan een meer actieve onderzoeksrol kunnen vervullen, door bijvoorbeeld interviews af te nemen. Ook komt het voor dat de ambtelijk secretaris dat doet en dat zou kunnen als die voldoende voor feitenonderzoek is geschoold.

Wat dan wel?

Een klachtencommissie lijkt een goed idee om onderzoek en advies over klachten op afstand te zetten. Door de setting en bemensing met ‘bekende personen’ kan zo’n commissie professioneel, objectief en vertrouwenwekkend overkomen zonder dat daarvoor veel aanleiding is. In veel gevallen DOEN dergelijke commissies zelf erg weinig onderzoek: zij lezen een (hopelijk redelijk compleet) dossier en houden een hoorzitting (die hopelijk niet tot een uurtje wordt beperkt). Maar dat levert geen goede waarheidsvinding op.

Waar het om gaat – of er nu een eigen medewerker, een onderzoeksbureau of een commissie de taak op zich neemt – is de kwaliteit van het onderzoek. Dat valt of staat met gedegen opleiding en ervaring van de onderzoekers. Zij moeten de gelegenheid krijgen om op basis daarvan onpartijdig en professioneel hun onderzoek te doen en daarvoor alle tijd te nemen.

De onderzoekers bepalen of en wie er wordt bevraagd op de feiten waarover wordt geklaagd, welke bewijsstukken er overgelegd moeten worden en hoe lang een onderzoek nodig heeft. Als er meermaals met mensen moet worden gesproken, dan moet dat kunnen. Protocollen en reglementen moeten voldoen aan wetgeving – en daar schort het ook nog al eens aan. De methoden moeten wetenschappelijk beproefd zijn – niet ‘zelfbedacht’ zoals ik ook regelmatig meemaak, of gebaseerd op verhoortechnieken uit B-films. Want dat levert enorme schade op aan iedereen.

27 maart 2026 – Caroline Raat